Waarom iedereen poëzie moet lezen & 11 tips voor poëziebundels

Poëzie, ik hou ervan! Toch merk ik dat poëzie thuis maar ook op school (te) weinig aandacht krijgt. En dat terwijl we hier in Nederland, maar ook in België fantastische dichters hebben die de mooiste gedichtenbundels maken. Jullie kennen misschien wel Hans en Monique Hagen, Edward van de Vendel, Ted van Lieshout, Joke van Leeuwen , Koos Meinderts, Bette Westera, Sjoerd Kuyper, Erik van Os & Elle van Lieshout en Kees Spiering en dan heb ik ze niet eens allemaal genoemd……

Hoog tijd dus om poëzie onder de aandacht te brengen. En dat komt ook nog eens mooi uit, want het is Poëzieweek! De Poëzieweek is een leesbevorderingscampagne voor jong en oud, in Nederland en Vlaanderen. Hij wordt dus niet speciaal voor scholen georganiseerd, maar deze week is natuurlijk een heel mooie aanleiding om in de klas en thuis extra aandacht te besteden aan poëzie.

Ik heb een aantal dichters gevraagd waarom zij vinden dat iedereen poëzie zou moeten lezen.

Hans en Monique Hagen

Hans schreef vele bekroonde kinder- en jeugdboeken. Samen schreven Hans en Monique vele dichtbundels voor kinderen.
Van 2017 t/m 2019 waren Hans en Monique Hagen onze Kinderboekenambassadeurs. In die twee jaar hebben zij zich ongelooflijk hard ingezet om het lezen in Nederland te promoten. Zij deden dit vooral door ouders te betrekken bij het lezen én door het promoten van poëzie. Hun slogan is: Lees elke dag minstens een gedicht of lees er eentje voor. Thuis en in de klas.

Zij vinden poëzie belangrijk omdat in een gedicht vaak staat hoe jij je voelt; boos of verdrietig. Maar om gedichten kun je ook vaak lachen. En juist als je (nog) niet zo graag leest, zou je volgens hen gedichten moeten lezen. Want gedichten zijn immers lekker kort en je kunt er toch over nadenken en over praten.
Klopt bijvoorbeeld hun allerkortste gedicht (uit Jij bent de liefste)?

mijn nieuwe schoenen
zijn zo groot
de hele wereld
past eronder

Wat denk jij?

Koos Meinderts

Van Koos Meinderts zijn er inmiddels ruim 50 boeken verschenen van prentenboek tot YA en hij heeft al vele prijzen in ontvangst mogen nemen. De meeste boeken worden geïllustreerd door zijn vrouw, Annette Fienieg. Naast (prenten)boeken maakt Koos ook versjes- en gedichtenbundels.

Volgens Koos is poëzie: het onzegbare onder woorden brengen. Dit gebeurt letterlijk in het slotcouplet van een gedicht van Herman Gorter: Zie je, ik hou van je:

O ja, ik hou van je,
ik hou zo vrees’lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen –
Maar ik kan het toch niet zeggen

Poëzie kan je helpen dus. Mooi he….

Edward van de Vendel

Edward schrijft van alles: soms prentenboeken, soms romans voor young adults. Soms zijn het dichtbundels, soms informatieboeken. Veel van zijn werk is bekroond met een prijs, zo ook bijvoorbeeld zijn poëziebundel Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt .
Hij vertelt kinderen meestal dat een gedicht kan veranderen hoe je naar de wereld kijkt. Hij las ooit eens een gedicht waarin stond dat rozen in een tuin stonden te zwijgen. Nu kan hij bijna geen rozen meer in een tuin zien zonder te denken: ah, staan ze weer te zwijgen!

Heb jij ook gedichten die jouw kijk op de wereld hebben veranderd?

 

Ted van Lieshout

Ted van Lieshout is schrijver, beeldend kunstenaar en dichter. Hij is heel bekend geworden met zijn prentenboeken over Boer Boris, maar hij heeft daarnaast ontzettend veel poëziebundels geschreven. Voor zijn werk heeft hij vele prijzen in ontvangst mogen nemen.

Poëzie is spelen met taal, aldus Ted. In een verhaal leidt het af als je vertelt dat er ‘een otter op ons oude oventje optrad’, maar in een gedicht kan dat juist heel grappig zijn. Je speelt met taal!
In een verhaal heb je altijd een begin nodig, een tussenstuk waarin iets gebeurt, en een slot. Bij een gedicht hoeft dat helemaal niet. Een gedicht kan gewoon gaan over een blij gevoel als je buiten loopt en een gele bloem ziet of een blauwe lucht. Een gedicht kan over alles gaan zonder dat er iets hoeft te gebeuren. En dat maakt gedichten nou juist zo leuk!

 

Wij van het Kinderboekenjournaal zijn dol op poëzie en hopen dat jullie na het lezen van deze blog ook enthousiast geworden zijn en meer poëzie gaan lezen, voorlezen of gebruiken in de klas. Wij vinden dat kinderen niet vroeg genoeg gegrepen kunnen worden door het virus van de poëzie.

Want zoals Hans en Monique Hagen ook zeggen:
‘Een gedicht kan je helpen om woorden te vinden bij bijzondere gebeurtenissen in het leven. We grijpen vaak naar poëzie bij een geboorte, een liefdesverklaring, of als er een dierbare overlijdt. Maar er is zoveel meer. Er zijn gedichten voor elke dag, gedichten om bij weg te dromen of om door verrast te worden. Van sporten wordt je lijf soepel. Van lezen word je lenig met taal en dat geldt zeker voor poëzie. Daarom: Lees elke dag minstens één gedicht, of lees er eentje voor’.

 

Zonder volledig te willen zijn, geven we jullie hieronder 11 tips voor prachtige poëziebundels.

De zombietrein en andere stripgedichten

‘Het zijn strips.
Én het zijn gedichten.
Het zijn stripgedichten!’

Edward van de Vendel schreef de gedichten en Floor de Goede maakte er strips van.
Stripgedichten dus!

In deze uitgave staan 22 strips én gedichten, ofwel stripgedichten. Er zijn vrolijke, serieuze en grappige gedichten over bijvoorbeeld de groei van een nies en dromen in een boot. De teksten zijn verrassend, fantasierijk en origineel. De gedichten bevatten geinige, gevatte doordenkertjes en zitten vol woordgrapjes. Het zijn geen kinderachtige rijmpjes, maar echte gedichten voor kinderen, over diverse onderwerpen, waar voor elk kind wel wat herkenbaars in te vinden is. Maar deze gedichten zullen ook volwassenen raken. Deze bundel is in 2018 bekroond met een Zilveren Griffel.

Kak! zei de ezel – 101 nonsensversjes

‘Humptie Dumptie, dik en rond, viel in stukken op de grond.
Geen tovenaar of timmerman die zijn lijf weer lijmen kan’.

Koos Meinderts maakte de versjes en Annette Fienieg de illustraties.

Een bundel met 101 nonsensversjes. Op de linker bladzijden staan de originele versjes in het Engels, op de rechter bladzijden staat de Nederlandse vertaling. Er zijn korte en lange versjes, versjes op rijm en verhalende versjes die niet rijmen, bekende en minder bekende versjes.

Jij bent de liefste

‘Liefste
Ik zoek een woord
een heel nieuw woord
een woord dat niemand kent’
ik zoek een woord dat zeggen wil dat jij de liefste bent

Hans & Monique Hagen schreven de gedichten en Marit Törnqvist maakte de illustraties.

Dit poëzieprentenboek bevat 23 niet al te lange gedichtjes of versjes over de gevoelens en belevenissen van een kleuter. De gedichtjes nodigen uit tot nadenken en maken emoties en gevoelens bespreekbaar.

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt

‘Weet jij wat je moet doen als je een andere taal wilt leren? Of als je ouders je nooit laten winnen?’

Edward van de Vendel schreef de gedichten en Martijn van der Linden maakte de illustraties.

Als je een grappige, verrassende, serieuze en originele gedichtenbundel wilt lezen, pak dan dit boek! Er staan 25 gedichten in die allemaal beginnen met de zin ‘wat je moet doen als….’ De gedichten gaan over van alles en nog wat en kunnen hilarisch en grappig zijn, maar ook heel serieus en ontroerend. Het zijn geen standaard gedichten met standaard rijmschema’s; nee, dit is een bundel vol afwisseling.

Doodgewoon

‘Doodgaan hoort bij het leven en is daarom doodgewoon.’

Bette Westera schreef de gedichten en Sylvia Weve maakte de illustraties

Voor kinderen, en soms ook voor volwassenen, is de dood een lastig onderwerp. Maar toch hoort het bij het leven. Want vroeg of laat krijgen we er mee te maken. Denk maar aan je huisdier, grootouders of een buurman. Bette Westera laat op een luchtige manier alle kanten van de dood aan ons zien. Dit is haar wel toevertrouwd want al eerder ging zij grotere thema’s zoals scheiden niet uit de weg. Door het eerlijke en herkenbare taalgebruik in de gedichten is te lezen dat doodgaan bij het leven hoort en dat doodgaan daarom eigenlijk doodgewoon is.

Van rare ridders tot vechtende Vikingen

‘Vroeger was het leuker’

Geschreven door Marianne Busser en Ron Schröder met illustraties van Mark Janssen.

In dit boek staan allemaal grappige en originele versjes en rijmpjes over allerlei gebeurtenissen uit de geschiedenis; bijvoorbeeld over hoe de Romeinen poepten, over de eerste stap op de maan, over boekenwurm Hugo en stoere Vikingen.

Het schrijvertje en andere versjes

‘Ik ben vandaag heel erg geschrokken van een grote spin op sokken’

Geschreven door Ted van Lieshout met illustraties van Sieb Posthuma.

Ben je op zoek naar fantasierijke, grappige versjes, pak dan deze bundel. Dit lekker dikke boek bestaat eigenlijk uit drie boeken, die eerder afzonderlijk verschenen:
Van Ansjovis tot Zwijntje is een dierenalfabet met een heel grote variatie in versjes. De meeste versjes zijn gebaseerd op taalspelletje.

Koekjes is een lang, verhalend gedicht, een soort aftelrijm over een jongetje dat kabouters, brandweermannen, agenten en nog veel meer anderen ervan beschuldigt de koekjes uit de koekjestrommel gepikt te hebben. Wanneer je jezelf afvraagt hoelang zijn moeder hem nog zal geloven, krijgt het verhaal een verrassende wending.

In Spin op sokken staan cijfers centraal. De meeste gedichten zijn pure nonsens, maar toch hebben ze meestal een diepere laag, zoals bijvoorbeeld ‘Als ik een prinsesje was’, dat de botsende gevoelens van een kind tegenover haar moeder uitdrukt.

Daar ben je

‘Zo lief

Zo zacht

Zo klein’

Geschreven door Hans en Monique Hagen en geïllustreerd door Charlotte Dematons

Twaalf prenten met twaalf gedichten voor de jongste kinderen en hun (groot-)ouders. Een waardevol poëzie-prentenboek over de eerste twaalf maanden van een kinderleven. De eerste twaalf maanden van een mensenleven is een periode waarin er veel verandert in een korte tijd. Van het ene op het andere moment kan de verwondering omslaan in wanhoop of in een groot geluk. De gedichten zijn zo lieflijk en zacht geschreven, helemaal passend bij het thema. Over luiers, krampjes, knuffels en het ontdekken van de eerste woordjes. Over heel veel slapen, of juist niet…

De gemene moord op Muggemietje

‘Muggemietje vliegt de klas binnen. Dat had ze beter NIET kunnen doen!’

Geschreven door Ted van Lieshout

Een whodunnit in dichtvorm met een boek in de hoofdrol.

Alles begint met een rondvliegende mug in een klaslokaal waar veel lekkers te eten is. Maar dan, tussen bladzijde 8 en bladzijde 9… BAM! Het boek klapt dicht en Muggemietje is dood. De kinderen zeggen dat zij het niet gedaan hebben; het boek heeft het gedaan en dus moet het gemene boek voor altijd in de kast als straf. De letters in het boek vinden het niet eerlijk dat zij ook gestraft worden. Zij moeten een manier verzinnen om de ware dader op te sporen. Wie was het? Was het het boek, waren het de letters, was het de juf of een van de kinderen uit de klas?

 

 

Er zijn ook een aantal fantastische bundels waarbij gedichten van verschillende schrijvers bij elkaar gezocht zijn. Hieronder noemen we twee pareltjes:

Ik zoek een woord – 167 gedichten over taal om van A tot Z te verslinden

Gedichten over alles wat je wel en niet met taal kunt zeggen….

Voor deze bundel zochten Hans en Monique Hagen vier jaar lang de mooiste en opvallendste gedichten over taal bij elkaar. De illustraties maakte Deborah van der Schaaf.

Het fijne van deze bundel is dat er gedichten in staan voor lezers van 9 tot 99 jaar. Het is echt een boek waar een hele familie van kan genieten. Door de vele verschillende gedichten: makkelijk en toegankelijk, grappig of verrassend, is het een bundel geworden waar je steeds weer opnieuw naar grijpt. Maar er is wel een ding dat de gedichten met elkaar gemeen hebben: ze gaan allemaal over taal.

Een stukje van de regenboog

‘De mooiste kindergedichten uit het afgelopen decennium’

Jan van Coillie selecteerde 100 gedichten en Sassafras De Bruyn maakte de illustraties in dit boek.

Wat zijn er toch veel prachtige gedichten geschreven in Nederland en Vlaanderen en wat is het fijn om veel van deze mooie gedichten die de afgelopen tien jaar zijn verschenen in deze bloemlezing bij elkaar te vinden en te kunnen lezen! Stuk voor stuk pareltjes; ze zijn kort, lang, grappig, treurig, moeilijk of gemakkelijk en ze zetten je aan het denken.

Jan van Coillie heeft 100 gedichten geselecteerd en in het voorwoord van deze bundel licht hij zijn keuze toe. Het boek is opgedeeld in 9 verschillende thema’s: Letters, woorden en boeken, Gevoelens en gedachten, Familie, School, De wijde wereld, Natuur, Dieren, Straffe verhalen, Slapen gaan en dromen.

 

Verder willen we nog het tijdschrift Dichter noemen, dat 4 x per jaar verschijnt met gedichten voor kinderen van 6 tot 106. In ieder nummer staan bijna 60 tot 75 nieuwe gedichten van meer dan 50 dichters. Dichter is van de uitgever Plint, die gedichten en beeldende kunst uitgeeft. Van Plint zijn ook prachtige poëziebundels verschenen. En ken je trouwens ook al Plint + Digibord? Als je een abonnement afsluit, krijg je elke week een poëzieposter uit het fantastische boek Eén gedicht is nooit genoeg voor op je digibord, mét digitale les! Voor meer info kun je kijken op www.plint.nl

En ken je “Raadgedicht”? Een raadgedicht is een gedicht waarin een woord ontbreekt. Dit woord is afgedekt en jij mag het raden. Hierdoor ga je extra goed lezen en zelf nadenken over het gedicht. Je kunt meedoen door via de website www.raadgedicht.nl of de app jouw oplossing in te sturen. Hartstikke leuk om met de klas maar ook individueel te doen. Twee keer per jaar is er in een periode van 6 – 10 weken elke week een raadgedicht. Van september tot november kan iedereen vanaf 10 jaar meedoen en van januari tot maart is er een serie raadgedichten voor iedereen vanaf 14 jaar. Deelname is gratis. Extra leuk is dat de gedichten die zijn gebruikt, allemaal online blijven staan. Dus ook buiten de “echte” raadgedichtweken om, kun je met je klas gaan puzzelen en raden. Raadgedicht is een samenwerking van Het Poëziepaleis en dichter Rian Visser.

Met deze (boeken)tips hopen we je in de verleiding te hebben gebracht om eens een poëzieboek te pakken en een gedicht (voor) te lezen, gewoon elke dag!! Daarom sluit ik af met een gedicht….

Mooie Woorden

De dichter in zijn huisje
natuurlijk bij de zee,
hij spaarde mooie woorden
die hij in een doosje deed.

Het doosje raakte vol
en de dichter raakte leeg.
Hij deed het doosje open,
de dichter voortaan zweeg.

Want de woorden kregen vleugels
en ze vlogen ervandoor.
Ze vlogen in een mooie V
op zoek naar een gehoor.

In de takken van een treurwilg
of in een veld vol graan,
kun je, als je stil bent,
de woorden soms verstaan.

Ze zingen van de dichter
in zijn huisje aan de zee.
Hij spaarde mooie woorden
die hij in een doosje deed.

Koos Meinderts, uit ‘Verdriet is drie sokken’

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *