De dwergjes van Tuil

De dwergjes van Tuil
Categorieën: , ,
Publisher:

Stap in de wereld van de dwergjes en ontdek hoe leuk ze zijn.

De dwergjes van Tuil wonen op de hei. Het zijn er niet twee of vijf, maar wel honderd, een heel dwergenvolk bij elkaar. Ze leven van de honing uit de heidebloemen, van wortels en van aardappelen, van het land Verderop. Maar op een dag komt er een zwerm bijen aanvliegen. Een grote bruin-gele wolk, die zoemt als een motor en die zoemend aan de tak van een knoestige dennenboom blijft hangen.

De bijen pikken alle honing in en niemand van de dwergen durft hun om een potje te gaan vragen. Behalve… Kleine Pier, de jongste dwerg. Hij sluit vrede met het bijenvolk van koningin Zwoe, en dat is het begin van een reeks avonturen waarin Kleine Pier met zijn dappere daden en slimme plannetjes het dwergenvolkje keer op keer weet te redden.

In drie woorden

Fantasierijk, schattig, taalrijk

In meer woorden

Dit verhaal gaat over een dwergenvolkje dat met honderd man op de hei woont. Ze hebben daar een leuk, voorspelbaar leventje. Ooit waren ze met honderd en één, maar sinds Virgilus is vertrokken om op avontuur te gaan zijn ze nog met honderd. De verschillende karakters en eigenschappen van de dwergen komen sterk naar voren in dit verhaal. Zo heb je bijvoorbeeld Zwing, de sterkste, Slem, de bangste en Tiriaan de slimste. Alhoewel, is dat wel zo?

Kleine Pier ontpopt zich namelijk in een rap tempo tot zeker net zo slim, bovendien blijkt hij ook dapper te zijn. Zo durft hij als enige van zijn volk naar de bijenkoningin te gaan om haar te vragen om honing. Ook bedenkt hij een vliegstunt om over het hek van de boer te komen. En als het eten op de akker onbereikbaar lijkt heeft hij het genereuze idee om een klomp als bootje te gebruiken waarin wortels en aardappels vervoerd kunnen worden.

Kleine Pier kan dus beter Grote Pier genoemd worden want hij slaagt er meerdere malen in om de dwergen, de bijen en vinders te redden van de dood.

                                    

De dwergjes van Tuil verscheen al in 1976. Deze heruitgave ziet er echt fantastisch uit, de tekeningen zijn schattig, kleurig, lief en vrolijk. Ook de omslag van het boek is zeer aantrekkelijk.

De rode draad in het verhaal is het moedige optreden van de natuur liefhebbende Kleine Pier, die steeds blijk geeft van medeleven en hulpvaardigheid. Het is een heerlijk voorleesboek dat per verhaaltje gelezen kan worden. Dit kan omdat elk verhaal een afronding heeft. Samen vormen ze dan uiteindelijk het grote verhaal over Kleine Pier en zijn vrienden. Dit succesvolle concept zien we vaker in de boeken van Paul Biegel, denk maar aan De kleine kapitein en Nachtverhaal.

Dit boek is geschikt om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of 5. Zelf lezen kan ook. Tot een jaar of 8 zal het zeker nog in de smaak vallen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *