De rover Hoepsika

Een humoristisch verhaal over een rover met keurige omgangsvormen.

Hoepsika is een echte rover, maar wel één met een hart van goud. Hij berooft alleen koetsen met rijke mensen en zegt nooit “je geld of je leven”. Want levens wil hij niet, en “je” zeggen tegen vreemde mensen vindt hij onbeleefd. Altijd als hij een koets heeft beroofd, krijgt hij spijt en huilt thuis uit bij het portret van zijn moeder. Toch kan hij maar niet met roven stoppen…

Op een dag komt hij een rijke heer tegen, die hem een voorstel doet: zijn dochter Josefine is ontvoerd door de schurk IJzergreep en als Hoepsika haar terug weet te stelen, verdient hij duizend florijnen. Zo’n kans laat Hoepsika niet aan zich voorbij gaan! Vol goede moed gaat hij op weg naar de burcht van IJzergreep, maar daar ontdekt hij  dat deze klus niet zomaar eventjes geklaard is…

In drie woorden

Grappig, paradoxaal, mooie taal

In meer woorden

Hoepsika staat er na de dood van zijn moeder alleen voor. Om zich in zijn levensonderhoud te voorzien besluit hij  rover te worden. Niet echt een status om trots op te zijn, maar Hoepsika vervult de rol met verve. Weliswaar besteelt hij zijn slachtoffers, maar nooit schelt hij ze uit of bedreigt hij ze met de dood.

Dit in tegenstelling tot de rover IJzergreep, die er juist wel op uit is om mensen totaal ten gronde te richten. Zo ontvoert hij het mooie meisje Josefine en houdt hij haar  gevangen in zijn ijzingwekkende kasteel. Geen mens die het aandurft haar te bevrijden.

                           

Hoepsika durft echter wel de strijd aan te gaan met IJzergreep en zet alles op alles om Josefine, op wie hij verliefd geworden is, te bevrijden. Op zijn geheel eigen wijze trekt hij ten strijde, zal het hem lukken om Josefine uit de handen van IJzergreep te redden?

Het hele verhaal is doorspekt van paradoxale elementen. Zo verwacht men van een rover doorgaans dat hij rooft, maar ook dat hij vrij meedogenloos en onbeschoft is. Hoepsika blijkt juist charmant en beleefd, met ook nog eens diep respect voor zijn overleden moeder.

De onbevangenheid waarmee hij als rover de meest gevaarlijke situaties trotseert en de onverwachte reacties op bedreigingen, het is echt kostelijk om te lezen. En erg grappig! Zo zegt hij bijvoorbeeld tegen een gevaarlijke rover die zijn 13 vlijmscherpe dolken als bedreiging toont: “Ah, u bent scharensliep? Jammer dat ik mijn botte broodmes niet bij me heb”. De illustraties hebben dezelfde allure, ze zijn eveneens van grote klasse.

Een echte klassieker (1977) geschikt voor kinderen vanaf een jaar of 7. Maar ongetwijfeld zal dit in charmante taal geschreven verhaal over een charmante rover ook bij de volwassen lezer in de smaak vallen. Bij mij doet het dat zeker!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *