Het droomhuis

Metselen, verven, schuren, en hup een droomhuis zonder buren!

In het bos ziet Vos een vervallen huisje. Dat ga ik opknappen, denkt hij. Ik maak er een droomhuis van! Hij is nog niet weg of Das komt er eraan. Ook hij ziet het huisje en denkt: als ik dit opknap, wordt het mijn droomhuis.  De volgende ochtend begint Vos meteen met het repareren van de muren. ‘s  Middags maakt Das het dak. Zo gaat het een paar dagen: Das komt in de middag. Maar dat weten ze niet van elkaar. Tot het droomhuis klaar is… Hoe zal het aflopen?

In drie woorden

Sfeervol, woordenschat, rijmend

In meer woorden

Het verhaal begint met de afbeelding van een vervallen huisje in het bos; gaten in het dak, een verrotte deur die scheef hangt, kapotte ramen, alles is in zeer verwaarloosde staat. Maar Vos kan daar doorheen kijken en heeft veel zin om de woning weer bewoonbaar te maken. Hij gaat direct aan de slag en zal elke morgen een deel van het huis onder handen nemen. Niet wetend dat Das diezelfde middag zijn oog ook op het huis zal laten vallen en het zelfde idee krijgt. Zo werken beiden, zonder het van elkaar te weten, aan hetzelfde huis, de een ’s ochtends en de ander ’s middags.
Na een aantal dagen van hard werken is het krot dan toch veranderd in een liefelijk huisje, klaar om bewoond te worden. Maar eerst is het tijd voor een inwijdingsfeestje. Dan komen Vos en Das in een lastig parket, terwijl alle dieren vrolijk feestvieren in het heropgebouwde huis, zitten zij op afstand te mokken. Van wie is het huis nu? Van Vos of van Das?
Gelukkig komt het allemaal meer dan goed, daar zorgen de feestgangers voor. En Vos en Das, die blijken veel beter met elkaar overweg te kunnen dan ze aanvankelijk dachten…

Hier valt nog heel wat te klussen

Een komisch verhaal dat goed in beeld wordt gebracht. Op de pagina grote platen is te zien dat als  Vos nog maar amper weg is  Das er alweer aan komt. De illustraties vormen een zeer belangrijk deel van het boek, ze zijn sfeervol en beslaan de hele bladzijde. Het verhaal is op rijm geschreven en de woordkeus vind ik leerzaam. Het gebruik van woorden als: struikgewas, ruitjes, verschuilen, begluren, struinen, versleten, metselen en gereedschapsnamen draagt hieraan bij. Omdat de platen zo duidelijk en sprekend zijn kunnen kinderen het verhaal goed volgen en zullen ze geen moeite hebben met dit woordgebruik. Sterker nog, het zal hun woordenschat ten goede komen. Vooral als het boek vaker voorgelezen wordt. En dat is bij mij thuis het geval, ik heb het nog maar pas in huis en al vele malen voorgelezen omdat het zo mooi, grappig en sfeervol is.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *